#04/2020-08-19

voorgaande

terug naar lijst personen versie-7.0

Zuivelhistorienederland.nl

Bron: Drense en Asser Courant 1982-12-17


door AB DRIJVER


„Rooie” directeur Oosterloo van Acmesa Assen met pensioen


'Ik wordt ervoor betaald om dingen te bedenken'


Acmesa in Assen zoekt een directeur. De heer T. Oos­terloo (66) is van plan de hoogste zetel in het bedrijf te verlaten nadat hij er 25 jaar geleden op ging zitten. De firma heeft de adverten­ties waarin een nieuwe man wordt gevraagd naar de media gestuurd en verwacht dat de vacature in het voorjaar wordt vervuld. Dan gaat Oosterloo met pensioen na een loopbaan van zo'n vijftig jaar in de Nederlandse zuivelindustrie. Acme­sa (de kaasmakers van Drenthe) boert goed en dat is voor een belangrijk deel te danken aan de energieke direc­teur die be­kend staat als een duizendpoot die niets aan het toeval over­laat. Hij stond aan de wieg van een aantal nieuwe ontwikkeling­en en wist zijn filosofieën in beleid om te zetten. Daardoor is Acmesa zelfstandig en relatief klein gebleven. Financieel gezond omdat de aangesloten 280 veehouders voor het kapi­taal zorgen waardoor de inmenging „van buiten” te verwaar­lozen is. Klein, omdat daardoor sneller kan worden inge­speeld op ontwik­kelingen in en buiten de zuivelindustrieën. Een gesprek met een man, die opstapt omdat een man nu eenmaal niet eeuwig door kan gaan.


Oosterloo werd in 1916 geboren in Appelscha. „Ik ben altijd een Fries gebleven, in hart en nie­ren”, zegt hij. „In het Ap­pelscha van mijn jeugd ben ik ook socialist ge­worden. Ik heb de veen­arbeidersstakingen nog meegemaakt. Militaire politie te paard die in­hakte op arbeiders”.


Het onrecht, de armoede en de ongelijkheid maakten indruk op me. Vader was dorpstim­merman en we hadden het niet slecht. Maar op mijn twaalfde was ik al lid van de Jeugdbond Voor Onthouding want ik zag dat drankmisbruik veel ellen­de veroorzaakte. De arbeiders kregen hun loon uitbetaald in het café dat van de veenbaas was. Ook het kruidenierswin­keltje was van die man zodat de veenarbei­ders volledig van hem afhankelijk waren”.


Oosterloo ging naar de mulo in Oosterwolde en in 1933 begon hij als manusje van alles bij de Coöperatieve zuivelfabriek in die plaats. Toen hij achttien werd sloot hij zich aan bij de SDAP (later PvdA), Jarenlang was hij monsternemer en fietste al om vier uur door het don­kere Friese land. ‘s Avonds stu­deerde hij en haalde alle diplo­ma's die in de zuivelindustrie te behalen waren. Oosterloo werd kwali­teitscontroleur en in 1939 werd hij tweede assis­tent-directeur bij een zuivelfa­briek in Noord-Holland.


Hij trouwde op 10 mei 1940 ter­wijl Nederland in oorlog was met Duitsland. Zijn vrouw, die hij in de jeugdbeweging had le­ren kennen, woonde in Donker­broek en de Afsluitdijk was ver­sperd.

Bruiloft

Het lukte Oosterloo om met een militair transport in Fries­land te komen maar daar trof hij een versierde woning aan zonder bruiloftsgasten. Iedereen ging er vanuit dat het hu­welijk niet door zou gaan en de aanstaande bruid was eerst ook niet van plan naar het stad­huis te gaan. Maar Oosterloo sleepte de familie weer bij el­kaar na veel vijven en zessen werd de plechtigheid voltrokken. De reis terug verliep niet zonder hindernissen, want het jonge paar moest regelmatig dekking zoeken voor de aan­vallen van Duitse vliegtuigen. „Maar ik had mijn bruid op de Duitsers veroverd”, lacht Oos­terloo.


Na sombere oorlogsjaren trok het echtpaar naar Assen waar Oosterloo assistent-directeur werd van de Algemene Coöpe­ratieve Melkinrichting en Stoomzuivelfa­briek Assen. Van deze lange naam bleven la­ter de letters Acmesa over. „Door de oorlog waren veel koeien verdwenen en we had­den een melkproductie van vijf mil­joen kilogram per jaar. Dat is nu zeventig miljoen kilo. Na de oorlog gingen veel boeren over van de akkerbouw naar de melkveehouderij. De productie per koe is enorm gestegen en dat komt vooral omdat de boeren in dit gebied altijd vooruits­trevend zijn geweest. Al­tijd op zoek naar mogelijkhe­den om de productie te ver­groten en het product te verbete­ren”.

T. Oosterloo directeur van ACMESA ASSEN met pensioen - 1982

T. Oosterloo - 2/2 - 1982

Previous (left)

Verzet

Van de 46 zuivelbedrijven die het Noorden telde na de oorlog zijn zeven overgeble­ven: De rest verdween of sloot zich aan hij overkoepelende organisa­ties als de DO­MO. Oosterloo verzette zich tegen aansluiting hoewel bij het nut van de DO­MO in­zag. „Dat is een zegen dat je beslissingen wil en kan nemen. Het lijkt wel eens of ik niet naar an­deren luister maar dat is schijn, ik luister juist erg goed en maak dan in mezelf de afwe­ging. Als directeur van een be­drijf waarvan uiteindelijk 350 gezinnen moeten leven, draag je een grote verantwoordelijk­heid. Als ik een fout maak, kan dat nadelig zijn voor die men­sen”.


Moeite

Hij geeft glimlachend toe dat hij verkeerde beslissingen niet graag erkent. „Ik heb er wel eens moeite mee toe te geven dat ik fout zat. Maar voor me­zelf weet ik het dan maar al te goed en ook van foute beslis­singen kun je leren”.

Hij ontwikkelde nieuwe producten en initiatieven maar zegt daar van: „Ja, de ini­tiatieven komen meestal van mij, maar de mensen moeten het doen en ik wil me­zelf dan ook nergens voor op de borst slaan. Ik word er voor betaald om din­gen te bedenken”.


Oosterloo kwam als eerste Ne­derlandse fabrikant met vierkante kaas op de markt. In het begin werden die kazen stie­kem geproduceerd want vol­gens een overheidsbesluit mochten alleen ronde kazen worden gemaakt. Een persoon­lijke relatie met wijlen politi­cus Anne Vondeling (ook gebo­ren in Appelscha) zorgde er voor dat Acmesa een vergun­ning kreeg.


Acmesa bedacht de vla-flip, die een groot succes werd op de zuivelmarkt. Ooster­loo introduceerde het gebruik van plas­tic bij de opslag van de kaas en werd door de concurrentie uit­gelachen. Nu hanteren alle kaasproducenten dat systeem. En­kele jaren geleden kwam De ‘Milde Assenaar’ op de markt. Een kaassoort met een „eigen” smaak en dit jaar gingen de eer­ste, rabbinale kazen over de toonbanken. Oosterloo: „Dat is kaas die wordt gemaakt on­der toezicht van een joodse rabbie. We exporteren het vooral naar Engeland waar veel orthodoxe joden wonen”. Ac­mesa investeerde in ener­giebesparende voorzieningen en richtte zich toen de han­del in consumptiemelk slecht begon te lopen volledig op het vervaardigen van kaas en aanverwante producten Het af­stoten van het melkventersapparaat ging Oosterloo aan het hart. „Maar we hebben er voor gezorgd dat niemand werd ont­slagen en ik heb meteen gesteld dat ook niemand er in loon op achteruit zou gaan. We hebben geen enkel probleem gehad met de vakbonden en zo hoort het ook”.


Moeilijk

Oosterloo was nooit actief in openbare functies in de poli­tiek, maar is binnen de PvdA altijd duidelijk aanwezig ge­weest. „Dat was wel eens moeilijk”, zegt hij. „Bin­nen de partij werd wel eens gedacht dat een directeur geen socialist kon zijn en zakelijke relaties gingen er soms vanuit dat je „voor die rooie rakker moest uitkij­ken”. Maar ik heb me daar nooit veel van aangetrokken omdat ik er rotsvast van overtuigd was en ben dat mijn kijk op de wereld goed is”.


Hij laat de resultaten zien van zijn bedrijfsvoering die op gro­te plakkaten aan de muur han­gen. Rooskleurige cijfers tonen dat het bedrijf gezond is. „Zie je dat?”, lacht hij bij het afscheid. „Die nieuwe directeur valt met zijn kont in de roombo­ter”.


Geen venster - hier ophalen - www.zuivelfabrieken.nl

voorgaande pagina