2011-09-29

voorgaande
‘De Bakermat’ is het  leukste en informatiefste boek over de Nederlandse  Zuivelindus-trie. Het in 1995 - in eigen beheer - uitgegeven boek is jammer genoeg niet meer lever-baar! Als ‘Heruitgave’ wel een 4 delige serie over de ‘verzameling’ van De Wit ophalen
Boek - De Bakermat vd. Nederlandse Zuivelindustrie - 1995







Boek ‘De Bakermat’ Klaas De Wit en Piet Willemsens    1995                                     blz. 003

blz.

INHOUDSOPGAVE  ‘De Bakermat

 

1

Ter inleiding       

5

2

De hobby van een oud-zuiveldirecteur

7

3

Oprichters van zuivelfabriekjes

22

4

Uitvinding van de centrifuge gaf de aanstoot

30

5

De oude zuivelarchitectuur

37

6

Het handkrachtfabriekje, een bedrijf van aandoenlijke eenvoud

41

7

Organisatorische inrichting van de zuivel

47

8

Friesland, aanvankelijk weinig industrie-minded

51

9

Groningen, zuivel tussen overwegend akkerbouw

56

10

Drente, land van handkrachtfabriekjes

61

11

Gelderland/Overijssel, met notabelen als voortrekkers

65

12

Noord-Holland, nog in 1900 twijfel aan fabrieksmatig kaasmaken

77

13

In Zuid-Holland en Utrecht kreeg cobperatie aanvankelijk weinig vat

82

14

Noord-Brabant en Limburg, bakermat van het handkrachtfabriekje

87

15

Zeeland telde ooit 24 zuivelfabriekjes

96

16

16 - Overgang van particulier naar coöperatief

98

17

De particuliere zuivelindustrie liep voorop

103

18

Ecologische zuivelbedrijven, een nieuwe bedrijfstak

111

19

De vijf historische koplopers van Zuivel-Nederland

113

20

Conclusies uit onderzoek De Wit

117

21

Lijst van 1475 gewezen en nog bestaande zuivelfabriekjes

122

22

Zuivelondernemingen in Nederland, per eind 1994

150

23

Register van plaatsnamen       

152

1. TER INLEIDING  ‘De Bakermat’

Het bleek honderd jaar geleden onvoorstelbaar dat de toenmalige primitieve melkfabriekjes zouden uitgroeien tot wat gerust de modernste zuivelindustrie van de wereld genoemd kan worden. Een fabriekje was destijds gevestigd in een boerenschuurtje, welke naam ook nog van toepassing is als het bedrijfje speciaal voor de zuivelbe­werking gebouwd werd. Een volwassen bedrijfstak als de Nederlandse zuivelindustrie, denkt met enige nostalgie aan dat tijdperk terug, maar veel te kijken valt er niet meer. Behoudens een enkel museum, bijvoorbeeld Orvelte in Drenthe, lijkt de oude zuivelarchitectuur geheel ten onder gegaan.
Lijkt, want een zuiveldirecteur die er oog voor had, ontdekte dat er in Nederland nog honderden van die oude fabriekjes bestaan, vaak nog als zodanig herkenbaar, hoewel de huidige functie geen enkele binding meer met de zuivel heeft. Vaak is het een woonhuis gewor­den, een bedrijfsruimte, of ingebouwd in een groter pand. Als hobby probeerde onze oud-zuiveldirecteur - Klaas de Wit - zoveel mogelijk van die fabriekjes op te sporen, om die in een fotoverzameling onder te brengen. In geval een vroeger fabriekje helemaal van de aardbo­dem was weggevaagd, slaagde hij er nog menigmaal in om een oude foto of ansichtkaart ervan te krijgen. En passant verzamelde hij zoveel mogelijk ook de historische bijzonderheden betreffende een bedrijfje. Alles bij elkaar een dusdanig aantrekkelijke en unieke col­lectie materiaal, dat ondergetekende het jammer vond dat dit in ver­getelheid zou geraken. Enkele jaren geleden schreef hij er een artike­lenserie over in het vakblad Zuivelzicht. De respons was dusdanig, dat de Wit, nog méér gegevens verkreeg over oude zuivelfabriekjes, welke hij rap aan zijn collectie toevoegde. Momenteel kan gesteld worden dat vrijwel alle oude zuivelbedrijfjes in Nederland door hem in kaart zijn gebracht.

Opbouw boek
De namen van al deze 1475 fabriekjes zijn in een alfabetische lijst achterin dit boek opgenomen, onderverdeeld in provincies. Zoveel mogelijk is van ieder bedrijfje de begin- en de einddatum opgeno­men, en de typering particulier (P), dan wel cooperatief (C). Op zich vormt deze lijst reeds een waardevol historisch document, bijna iede­re inwoner van Nederland kan nu in zijn vroegere of huidige woon­plaats nagaan of er een zuivelfabriekje is geweest, en wanneer. Maar het zou toch wat "kaal" zijn om het te laten bij de publikatie van deze lijst met 1475 namen. Daarom heeft schrijver dezes, puttend uit materiaal van De Wit of uit de vele herdenkingsboekjes, er een "ver­haal" omheen geschreven. Eerst is, via een interview met de Wit, uit­eengezet hoe zijn hobby uitgroeide tot een onderzoek dat zoveel belangrijke historische gegevens over de zuivel opleverde. Omdat het in dit boek gaat om de oorsprong van de industriële zuivel, wordt ook aandacht besteed aan de "motor" hiervan: de centrifuge, die ruim 100 jaar geleden is uitgevonden. Uit praktijkvoorbeelden, anek­dotes wordt vervolgens weergegeven hoe in die oude tijd zo'n fabriekje tot stand kwam, hetzij particulier, hetzij co&peratief. De pioniers van vroeger hebben onvoorstelbaar grote moeilijkheden moeten overwinnen. Ze botsten in de eerste plaats tegen de oude zui­velcultuur van zelfbewerken op de boerderij.
Boek ‘De Bakermat’ De Wit / Willemsens    1995                                                           blz. 005
VERVOLG  INLEIDING ‘De Bakermat

Toen fabrieksmatige verwerking, dankzij de net uitgevonden centrifuge, toch wel erg aan­trekkelijk werd, moesten er financiën gevonden worden om tot de oprichting van een bedrijf te komen. In de eerste fase waren de pio­niers particuliere ondernemers,later massaal gevolgd door coöperatie­ve fabriekjes. Een boerenbestuur zorgde daarbij aanvankelijk zelf voor de dagelijkse leiding, de directeur was toen meer een voorman. Aan de pionier-oprichters van de oude zuivelfabriekjes is een apart hoofdstuk gewijd; naast kleurrijke creatieve personen treft men hier ook boerenbesturen aan, die hiermede een verbinding legden tussen de primitieve landbouw en een zich ontwikkelde dynamische indu­strie.
Dankzij heel veel ondernemings- en bestuurstalent, geholpen door een willige markt, hebben de meer dan duizend fabriekjes van toen een fenomenale ontwikkeling doorgemaakt, zowel qua produktie­techniek als qua concentratie van ondernemingen. Gretig gebruik makend van de nieuwe vindingen die er telkens bij kwamen, werd het verwerkingsapparaat allengs uitgebreid, tot een industrie zoals wij die heden ten dage kennen. In dit boek zijn uit alle delen van het land markante verhalen te vinden, die het ontstaan van de zuivelindustrie op een smakelijke wijze in beeld brengen. Het boek wil een saluut zijn aan de grondleggers van de zuivelindustrie en het besef levendig houden dat er een tijd is geweest dat veehouder en zuivel wel heel dichtbij elkaar stonden.

De auteurs houden zich aanbevolen voor resp. aanvullingen en verbe­teringen.                          P.W.

Verantwoording voor onderzoek
De meeste gegevens, zowel wat betreft de locatie van de voormalige melkfabrieken als andere gegevens hierover, heb ik verkregen van de vele honderden personen die ik heb aangesproken tijdens mijn bijna 15-jarige zoektocht naar bestaand hebbende melkfabriekjes door geheel Nederland. Ik wil hierbij mijn grote waardering en dankbaar­heid uitspreken voor deze geheel belangeloos gegeven hulp, in de vorm van foto's, geschriften en mondelinge gegevens. Het is mij niet mogelijk om alle personen apart te bedanken. Een uitzondering wil ik maken voor de collega's en oud-collega's zuiveldirecteuren en ande­re zuivelmensen.
Een apart woord van dank aan de zuivelorganisaties en zuivelonder­nemingen, voor hun medewerking en het feit dat ik hun archieven mocht naspeuren. Dit betrof met name de archieven van:
Campina te Veghel
Campina-Melkunie te Hilversum
Coberco te Zutphen (incl. GOZ)
Botercontrolestation Geld.Ov. te Deventer
Boek ‘De Bakermat’ De Wit / Willemsens    1995                                                          blz. 006
Bron: De bakermat
2. DE HOBBY VANEEN OUD-ZUIVEL­DIRECTEUR
Praktisch in elk dorp van Nederland stond in vroegere dagen wel een zuivelfabriek met zodanige architectuur dat die nu onmiddellijk op de Monumentenlijst zou komen. Helaas, minder dan 100 bedrijven zijn er nog van over, en die zijn meestal onherkenbaar veranderd. De vooruitgang sloeg toe.
Boek ‘De Bakermat’ De Wit / Willemsens    1995                                                            blz. 007
"Deze hobby begint nu ongeveer uitgeput te raken, ik ben praktisch door de fabrieken heen! Ik heb momenteel foto's van 980 coöperatieve zuivelfabrieken en van 495 particuliere fabrieken. Daarnaast heb ik van vele fabrieken sappige documenten, bijv. een solli­citatiebrief uit 1911 en een 300 met de hand geschreven uitgaande brie­ven uit het begin van de eeuw, met in de meeste gevallen prachtige brief­hoofden. In totaal een 165 onderwerpen en zo'n 3300 fotokopieën. Dit alles gerangschikt naar provincie en op zuivelbond! ':
Uit cultuurhistorisch oogpunt is deze geruisloze teloorgang van de restanten van de ambachte­lijk-industriële zuivelbedrijfstak te betreuren. Gelukkig is er in Nederland één man geweest die even op de rem heeft getrapt, en in de afgelopen vijftien jaar min­stens twee dagen per week bezig is geweest met het fotografisch vastleggen van nog bestaande oude fabrieken of het naspeuren van oude prentbriefkaarten er­van. Kris-kras het land door. Een even kostbare als unieke verzameling is het resultaat hier­van.

We hebben, in verband met het schrijven van dit boek, een vraagge­sprek met oud-zuiveldirecteur ing. Klaas C. de Wit, die na zijn pen­sionering bij Coberco in 1979, die zeldzame hobby ter hand ging nemen, waarvan hij nu zegt:
De pijpen vallen (Hardenberg)
Melkbezorging vóór 1940
Bron: de Bakermat
Oorsprong hobby
Hoe kwam je op het idee? De Wit gaat er eens breed voor zitten en vertelt: "Bij mijn afscheid als directeur Dienstverlening Veehouders van Coberco kreeg ik, tevens als voorzitter van de Bond van Zuivel­directeuren in deze provincies, een album met praktisch alle foto's van zuivelfabrieken in Gelderland/Overijssel, door Coberco-mede­werker Leferink verzameld, met behulp van mijn collega's. Soms van bestaande fabrieken, soms van oude ansichtkaarten. Dat afscheidsca­deau liep parallel met mijn oude idee om de geschiedenis van de Noordhollandse Zuivelbond eens uit te diepen. Toen ik met pen­sioen was, ben ik met die hobby begonnen. Eerst dus Noord-Hol­land, waar ik in Alkmaar nogal wat gegevens vond. Alsmaar doorvra­gend kom je bij mensen terecht die je verder kunnen helpen. Zo liep ik ook tegen Paul van Bremen aan, een gepensioneerd hoofd labora­torium van de Noordhollandse Zuivelbond. Hij bleek een schat aan gegevens te bezitten, veel foto's ook. Ik ben er met de neus in de boter gevallen. Ik mocht al die foto's reproduceren. Naderhand heb ik ook ontzettend veel toevallige vondsten gedaan, prachtig! Ik "crosste" heel Nederland door, van hot naar her! Alles wat mij voor de voeten kwam, pikte ik. Zo rolde mijn hobby als een sneeuwbal door. Ik werd daarbij ook geholpen door vrij veel connecties uit het verleden".
Boek ‘De Bakermat’ De Wit / Willemsens    1995                                                           blz. 008
De Wit is in Noord-Holland begonnen, zijn geboorteland. De geschiedenis van de twee zuivelbonden kende hij van huis uit. Er waren altijd veel conflictjes en ruzies. Prachtmateriaal voor een geschiedvorser. De Wit kijkt verheerlijkt bij de herinnering: "Beide zuivelbonden waren coöperatief, maar toch altijd aan het harrewar­ren. Je had zelfs dorpen met vier coöperatieve fabrieken! Een bonte geschiedenis, die mij wel erg aantrok. Ik heb inmiddels over dat onderwerp een paar keer een praatje gehouden, waarbij ik begon met een gedichtje van Hildebrand in de Camera Obscura over de vast­houdendheid, het individualisme en de eigenwijsheid van de Noord­hollandse boer. Dat voel ik heel goed aan. Ik ken mezelf"

 

Coöperatie

Particulier

Totaal

Friesland

122

49

171

Groningen

42

27

69

Drenthe

105

9

114

Overijssel

86

58

144

Gelderland

105

84

189

Utrecht

5

38

43

Noord-Holland

193

69

262

Zuid-Holland

17

101

118

Zeeland

10

114

24

Noord-Brabant

171

34

205

Limburg

124

12

136

 

980

495

1475

Bevindingen
Alvorens nader op het onderwerp in te gaan, pakken we het totaal van De Wit's bevindingen. Dit is in de eerste plaats een verzameling foto's en historische bijzonderheden van coöperatieve fabrieken, als volgt verdeeld:
Bron: De Bakermat