Een erg leuk boekje,
Volgens de auteur - P.H.L. Willemsens - gaat ‘De laatste melkbus’ over de opkomst, glorie en ondergang van een “ding van ijzer”, dagelijks gebruikt op de boerderij, op de melkwagen en in de zuivelfabriek. De inhoud verscheen ook als feuilleton in het FNZ-orgaan “Zuivelzicht”, onder redactie van Hans Siemens.
Boek - De Laatste melkbus - 1989

Hoofdstuk I
Voorbij, voorbij en oh voorgoed voorbij*)
Merkwaardig: in de talloze herdenkingsboeken van de landbouw vindt men weinig of niets over de melkbus, die wordt qua publiciteit stiefmoederlijk bedeeld. Ook in de officiële handboeken vindt men slechts weinige, stijve regeltjes aan de BUS gewijd, alsof die niet het centrale punt van de oude zuivel is geweest. Alles draaide immers om die bus!
En toch: als men er wat meer over wil weten, dan is men aangewezen op twee niet direct toegankelijke bronnen:
a.) Mensen die daadwerkelijk met de bus gewerkt hebben en die er nog over tobben dan wel
nostalgische herinneringen aan hebben. Dit in de vorm van een aantal interviews.
b.) Oude notulenboeken van zuivelverenigingen. Deze waren vroeger voor buitenstaanders volstrekt ontoegankelijk en terecht; wat er in bestuursvergaderingen over de bus geklaagd en besloten werd, kon het daglicht beter niet zien. Best interessant dus om achteraf van de inhoud daarvan kennis te kunnen nemen. Zowel qua mondelinge als schriftelijke bronnen bevat dit boekje uniek materiaal.
Boek ‘De laatste melkbus / Willemsens 1989 blz. 5 uit boek
Waarom zo'n 'herrie' om die simpele bus, zelfs een artikelenserie? Het gaat natuurlijk niet alleen om die bus, het gaat om de roerige tijd die de teloorgang van de bus inhield, de symboolwaarde. De bus was het symbool van de traditionele melkveehouderij en zuivel, met veel handwerk, met ouderwetse werkmethoden, maar ook de tijd dat er op een boerderij meerdere mensen primitief en knus samenwerkten, die nauw contact met elkaar hadden.
De eenzame boerderijwerker van nu - hoe weinig spierkracht hij ook maar nodig heeft - denkt er nog wel eens met sentiment aan terug. Evenwel, het grootste deel van de mensen die vroeger met de bus in aanraking kwam, heeft - tegelijkertijd met het verlies van die bus - ook het beroep van
veehouder verloren. De melktank kapte in een luttel aantal jaren een hele boerencultuur in tweeën: de blijvers en de wijkers! Het is die cesuur - die scheiding - tussen bus en tank die het tijdgewricht van de zeventiger jaren markeert.
In de ledenbladen en kranten vindt men triomfantelijke verhalen uit die tijd: alle zuivelfabrieken maakten een feest van de zoveelduizendste tank die was aangeschaft. Dit ten koste van die arme bus, die onafwendbaar de ondergang tegemoet zou gaan. Dat gaf veel fricties, veel pijn. Met het oog op de toekomst wilden de zuivelondernemingen het proces van overgang tank-naar-bus zo soepel en geruisloos mogelijk doen verlopen. Daarentegen streed een deel van de bussenboeren luidruchtig voor behoud van hun way of life, die ze tot hun laatste snik wilden beschermen.
Boek ‘De laatste melkbus / Willemsens 1989 blz. 6 en 7 uit boek
Het voornemen om deze belangrijke fase uit de melkveehouderij - veel ingrijpender dan die van invoe-ring van het machinemelken - vast te leggen dateert reeds van 1980. Daartoe werden oproe-pen geplaatst in leden- en personeelsblad van Coberco.
De stapels papieren die binnenkwamen getuigden van diepe emoties: bij al die emoties om de bus niemand er meer naar terug wil. Wel heeft men de gevoelswaarde van die oude tijd willen vastleggen. Een oude boerin zegt terecht: 'Het is meer aan die oude tijd dan de melkbussen zelf dat ik met nostalgie terugdenk. Het was de mooiste tijd van ons leven, de kinderen waren klein en ons bedrijf groeide elk jaar gestaag met enkele koeien'.
Ondergetekende heeft dit willen aanvullen door interviews met mensen die lichamelijk nauw met de bus in aanraking zijn geweest. Enkele van die vraaggesprekken zijn al meer dan acht jaar oud. Achteraf blijken ze alleen maar aan inhoud gewonnen te hebben. Omstandigheden maakten dat uitgave van het bussenboek telkens werd uitgesteld, maar de inzenders van het materiaal hielden bij ondergetekende het besef levend dat er iets op tafel moest komen. Welaan, hier is dan het bussenboek! Behalve veehouders en zuivelmensen die eraan hebben meegewerkt, ben ik ook melkrijders dankbaar voor hun inbreng.
Er bleek in die 'stomme' bus een enorme gevoelswaarde te zitten; tranen met tuiten zijner gehuild toen die 'tuiten' geen melk meer mocht bevatten! De gedichten, gedachten, anekdotes in dit boek getuigen er veelvuldig van. Vanuit de bus kijkend, bleek het mogelijk een apart zicht te krijgen op de gehele bedrijfstak die de oude melkveehouderij en zuivelfabriek inhield.
P.W.
*) Voorbij, voorbij en oh voorgoed voorbij. (Jac. Bloem)

*) De titel 'De laatste melkbus' heeft betrekking op 99% van de melkende veehouders van Nederland. Ongeveer 1 % van hen melkt nog in de bus, (1988) daarom deze voetnoot-paragraaf. In Staphorst bevinden zich drie zuivelfabrieken die - behalve tankmelk - ook nog bussenmelk ontvangen. In totaal zo'n 55 miljoen kg per jaar. Het betreft de CZ Rouveen, De Nijverheid en Ons Belang. Daarnaast wordt bij een bedrijf in Friesland (Olterterp) nog een 15 miljoen kg bussenmelk per jaar ontvangen, uit diverse fabrieksgebieden.
De secretaris van CZRouveen (in 1987ontstaan door de fusie De Vlijt en De Kleine Winst) is gaarne bereid over zijn coóperatie wat nader informatie te verstrekken. De CZRouveen ontvangt jaarlijks nog een 20 miljoen kg, aangeleverd door 300 veehouders. Daarvan een 200 van de eigen vereniging en 100 leveranciers afkomstig uit wat verderafgelegen gebieden, zoals de Veluwe, Zwartsluis en veehouders uit het gebied van Coberco, Heino en Van Heel. Met de overige tankmelk wordt de bussenme]k verwerkt tot een speciale kaas, die dicht bij de boerenkaas zit. De gemiddelde jaaraanvoer van de bussenboer bedraagt nog wel een 75.000 kg, met een enkele uitschieter tot 200.000 kg. Ze ontvangen voor hun melk 2 cent per kg minder dan de tankboeren (tankmelktoeslag), een regeling die voorheen ook elders gold. Van de huidige bussenboeren gaan er jaarlijks nog wel een aantal over tot tankmelken, maar niet allemaal. De heer Dunnink (56) legt uit waarom ze in de bus blijven melken: Nou, ze denken datze toch een keer zullen stoppen, vanwege de leeftijd en soms ook vanwege de ongerieflijke bedrijfsomstandigheden, land ver van huis. De meesten denken: Het zal onze tijd wel duren! Het gaat vaak ook om kleinere boeren, die het land verspreid hebben liggen. Dan is het een-. voudiger om met de bus naar de koe te gaan. Ik ben zelf tankmelker, maar ga met een weidetankje naarhet land. lkmelka113 jaarin de tank. De superheffing dunt uit, zelf melk ik momenteel nog een 25 koeien, ik heb geen opvolger. Nee hoor, dat bussenmelken is geen 'ellende'.
met dat simpele ijzeren voorwerp was een hele levensstijl gemoeid. Mensen hebben dat heel fijn aangevoeld. Verbittering en sentiment vechten om de voorrang. Het einde van het bussentijdperk betekende in veel gevallen ook het einde van de fabriek - of nog erger - het einde van het melkveebedrijf. Toch is het typerend dat
De heer Dunnink toont de balie, een bak waarin vroeger de melk op de boerderij werd bewaard.
De mensen zien het hier niet als bezwaar, ze leven ook niet in de sfeer van nostalgie naar de bus. De boeren doen het gewoon op deze manier nog voort. Hoe lang nog? Dat is moei]ijk te schatten, maar het gaat nog wel even door. Misschien nog wel 10 jaar. Het aanzien van de bussen kan netjes genoemd worden, maar ze worden niet meer geschuurd zoals 10 à 20 jaar geleden'.
Wie dus echt een keer de laatste melkbus 'aan het werk' wil zien, moet een keer door Rouveen en Staphorst rijden, waar voor veel boerderijen de bussen nog vriendelijk bij elkaar gegroepeerd staan.
Boek ‘De laatste melkbus / Willemsens 1989 blz. 6 uit boek
Melkbus eeuw op kar en paard Veeteeld 2009