#04/2020-08-19

voorgaande

terug naar lijst personen versie-7.0

Zuivelhistorienederland.nl

 Coberco-voorzitter H. P. Prangsma nam afscheid - 1980

H. P. Prangsma


   Geen frame - ga naar - www.zuivelhistorienederland.nl


Zo'n man moet ook enige kijk op zaken hebben, dus grote interesse hebben in het gehele gebeuren. Die eis staat eigen­lijk voorop, zeker bij Coberco. Een voorzitter dient zoveel mogelijk kennis over zijn coöperatie te verzamelen, en mag daarbij de eigen inventiviteit niet schuwen. Naast een bindend, verzoenend element moet een voorzitter in bepaalde dingen toch wat hard kunnen zijn; in het ene geval zal hij impopulaire maatregelen duidelijk dienen te verdedigen, in het andere geval zal hij als dat nodig is zonder aanziens des persoons kritiek moeten durven uitoefenen".


Had Prangsma bepaalde stokpaardjes, en hoe hebben die gelopen? „Men mag in een coöperatieve onderneming nooit roekeloos te werk gaan, maar men mag ook niet al te bang zijn. Je weet bij voorbaat dat niet alles wat je aanpakt een succes kan worden, maar als je nooit iets doet, zul je zakelijk ook niet veel bereiken. Het ondernemen houdt ook een stuk durf in. Zo heb ik me een aantal jaren geleden, toen ons Riedel-bedrijf diep in de put zat, nogal beijverd om dat bedrijfsonderdeel in stand te houden, ik had er geloof in. Het heeft toen aan een zijden draad gehangen, gelukkig is dat bedrijf daarna leuk gaan draaien".


Terugblik

Hoe kijkt onze voorzitter nu op tien jaar Coberco terug? Zo: „Ik ben blij dat in ons gebied - met al zijn uiteenlopende fabrieken, meningen en vogels van diverse pluimage - een Coberco is kunnen ontstaan. Dat heeft heel veel moeite gekost, waaronder geweldige investeringen. Hiermee is bereikt dat Coberco in het landelijk gebeuren stevig is geworteld. We zijn er nog niet hele­maal, maar we zijn wel gereed om in de landelijke zuivel onze rol duidelijk mee te spelen. Het doet me genoegen om bij het bereiken van deze plaats mede leiding te hebben mogen geven".


 Functies

In het voorgaande is alleen gesproken over het werk dat de heer Prangsma bij Coberco had; hij heeft bewust daar­voor het gros van zijn tijd willen reser­veren, zijnde zo'n 200 vergaderingen of andere activiteiten per jaar.  Inclusief de benodigde studietijd is dit al bijna een fulltime job. Daarnaast waren en zijn er noch nog enkele „kleinigheden":

Voorzitter Coöp. Weiproduktenfabriek Borculo", bestuurslid van het Coöp. Verzekeringsfonds Leeuwarden, afdelingsvoorzitter GMvL, voorzitter Otterlo's belang (dorpsbelangen), voor­zitter belangenvereniging Noord-Oost Ede, lid van de Rotary; tot voor kort ook voorzitter van de plaatselijke en streek-VVV, lid commerciële club te Ede, lid melkpoedercommissie Produkt­schap voor Zuivel.


Een aantal activiteiten zal Prangsma aanhouden, maar hij krijgt zeker meer tijd voor zaken als boeken lezen, plaatselijke historie beschrijven, en het helpen leiden van zijn camping­bedrijf (naast de boerderij). „Nee, er zal zeker geen leegte in mijn bestaan komen, maar ik verwacht wel in het eerste halfjaar het Coberco-werk te zullen missen. Overigens hoop ik nu ook weer eens tijd te krijgen voor meer andere contacten, bijv. gewoon op een veemarkt met allerlei mensen praten".


Meningen van anderen

Tot slot enkele uitspraken over de heer Prangsma uit de kring van personen waarmee hij tot voor kort of in het verre verleden heeft samengewerkt.

Plv, voorzitter A. J. Kolhoop: „Een voorzitter die vooral door zijn sterke bindende eigenschappen er in sterke mate toe heeft bijgedragen de ontwikke­ling in Gelderland-Overijssel tot een zo goede eenheid te maken".

JCC-voorzitter Jan Vrielink: „Een discussie met de jongeren was iets dat Prangsma sterk waardeerde, om aldus gedachten voor de toekomst los te krijgen. Zijn benadering was dan het gezegde: Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst".

Oud-hoofddirecteur S. Middelbeek: „Ruim achttien jaar voorzitter, voor­zichtig vanaf den beginne en zoekend naar de gulden middenweg tussen tegenstrijdige belangen, en daardoor een geboren bouwer in de coöperatie­wereld".

................


PW

Bron: Zuivelzicht FNZ. Nr. 20 1980 blz. 458


Coberco-voorzitter H. P. Prangsma nam afscheid 1980


Toen in 1949 ene H. P. Prangsma in het bestuur kwam van de zuivelcoöperatie Con­cordia-Ede - aldus herinnert zich nu nog een oud-directeur - was het nou niet direct iemand waarvan men zei: „Dat wordt later een goede voorzitter". Vooral omdat hij zich zelf niet op de voorgrond plaatste. Het is anders gelopen: de heer Prangsma belandde via een groot aantal fusies in 1970 in de functie van voorzitter van Coberco. Een taak die hij op 7 mei jl. om gezondheidsredenen iets voortijdig heeft moeten beëindigen. Aan deze voor Oost-Nederland zo belangrijke zuivelvoortrekker, die ook elders in het land een goede bekende is, heeft het ledenblad Coberco-Post een extra nummer gewijd, waaruit enkele hoogtepunten worden overgenomen.


Een doener

Eerst enkele levensbijzonderheden.

H. P. Prangsma is in 1918 in Noordoost­-Overijssel geboren, in Ambt-Hardenberg, als zoon van een landbouwer, die er ook een scheepswerfje bij had. De jonge Herman Pieter zag de landbouw toen niet zo zitten. „Ik groeide op in de zware crisis­jaren; als er bij ons thuis een kunstmest­rekening van een paar duizend gulden werd gebracht, dan was het hele gezin er van overstuur. Niet verwonderlijk dus dat op de landbouw­school de gedachte bij me opkwam: wat er ook gebeure, ik wordt nooit boer! Ik had al te veel ellende en armoe gezien, dus koos ik een andere richting. Dat werd de Hogere Bosbouw en Cultuurtechnische School te Arnhem".


Zijn eerste baan vindt de jonge Prangsma in 1936 bij de Heidemij, waar hij voordien ook reeds praktijk had gelopen. „Daar heb ik erg veel geleerd; ben er begonnen als uitvoerder, daarna hoofd-uitvoerder en vervolgens opzichter. In die functie heb ik in meerdere pro­cies gewerkt, van Limburg tot Fries­land. Mijn laatste standplaats was Beekbergen. Inmiddels (1940) was de oorlog uitgebroken en had ik naast mijn baan een boerderij onder Otterlo erbij gehuurd.


Een vaste kracht deed daar het werk, totdat ik in 1942 - tevens ons trouwjaar - zelf volledig boer werd".


Prangsma zat al heel vroeg in het organi-satiewerk, eerst als plaatselijk voorzitter van jong Gelre, later ook kringvoorzitter en hoofdbestuurslid van die agrarische jongerenor-ganisatie. Bij wijze van spreken een man die voor­bestemd was om later in de opperste kringen van de standsorganisatie een belangrijke plaats in te nemen. Waarom is dat niet gebeurd? „Mijn voorkeur ging en gaat duidelijk uit naar het ondernemingsgebeuren, ik heb bewust de standsorganisatie en de (landbouw)­politiek van me afgehouden. Die onder­nemingskant, zoals een coöperatie dat heeft, interesseerde me meer dan het vele praten dat bij een standsorgani­satie behoort. Ik ben meer een „doener", ik zie graag concrete resultaten, het commerciële ligt me ook nogal". In 1949 treedt de dan 32-jarige Prangsma in het bestuur van de zuivelcoöperatie „Concordia", destijds al een grote onderneming van ca. 30 miljoen kg melk per jaar (fabrieken te Ede en Wage­ningen).


Wantrouwen in fusies

Er zullen in Nederland op zijn niveau vrijwel geen mensen zijn die zoveel en gedurende zo lange tijd fusies hebben meegemaakt, ook „meegemaakt" in de letterlijke betekenis. Dat begon al vroeg, in de vijftiger jaren klonterde zowat de gehele Veluwe samen rond de eenheid Concordia. Prangsma:

„De belangrijkste drijfveer was ook toen al de betere melkprijs, hetzij op korte, hetzij op langere termijn. Wij hadden destijds al een „breedgestoelde" onder-neming met consumptiemelk, boter en poeder, de meeste andere kenden slechts boter.

Evenwel, met de Arnhemse buurt­coöperatie Camiz bleef het nog jarenlang „knokken" bij de afzet van consumptie­melk in de grensdorpen. We zeiden, we zijn daar eigenlijk met elkaar stom aan het doen, op deze manier smijten we centen weg op elke liter melk, laten we gaan praten.


Dat klinkt nu heel gewoon, destijds was dat nog vreselijk moeilijk. In 1962 is het dan toch gebeurd, de topcoöperatie Vecomi was geboren, die in 1972 met Coberco zou opgaan, na eerst nog Andi in zich te hebben opgenomen".


„In de zeventiger jaren is fusie de gewoonste zaak van de wereld geworden, dat lag 20 jaar geleden wel anders. In die tijd stond men nog heel wantrou­wend tegenover grotere eenheden, de blik reikte niet veel verder dan het eigen dorp, het eigen gebied was sacraal. De gewone leden zagen het aanvankelijk helemaal niet zitten, de schoorsteen op

het dorp moest blijven roken, zo heette dat toen. Maar als je met hen ging praten, dan raakte men toch wel van de noodzaak overtuigd. Van het in elkaar passen van de fabrieken na een fusie herinner ik me dat dat aanvankelijk bij de directies veel meer weerstand opriep dan bij de besturen. Ook het sluiten van een bedrijf was in de zestiger jaren nog een hele ingreep, thans is men aan die processen meer gewoon geraakt".


De hamvraag: Hebben die tientallen fusies in enkele tientallen jaren tot een succes voor de veehouders geleid? Prangsma gaat er eens goed voor zitten en doceert: „Uiteindelijk is geble­ken dat Coberco zoals het nu draait op een goede besluitvorming berust. Was namelijk in Oost-Nederland geen zuivelconcentratie tot stand gekomen, dan was hier waarschijnlijk de melkprijs gemiddeld het laagst in den lande geweest. Anderzijds, ik ben me bewust dat het Coberco-tijdperk ook zijn teleur­stellingen heeft gekend, zowel bij besturen, directies als personeel.


Doch naar mijn mening is alles wel op een eerlijke manier gebeurd".

Illusie om „Havelte"

Nu over de zorgen van Prangsma, die naar buiten toe als één blok rust en zekerheid overkomt: „De laatste jaren heb ik meer zorgen gehad om de melk­prijs dan vroeger; toen keek men alleen naar de paar buurtfabrieken, maar dat Friesland centen meer betaalde, dat „verwijt" hoor je pas de latere jaren. Mede door de perspublikaties is de blik van de boeren verruimd, men kijkt nu ook naar de melkprijs elders in het land. Dat vind ik goed, het is een rivaliteit die een zuivelcoöperatie noopt tot het leveren van prestaties.


Dat geldt zowel voor het bestuur als voor de directie. Als de leiding van een bedrijf zich niet meer om de melkprijs bekommert, dan is er iets mis, dan gaat zo'n onder­neming naar de bliksem! We hebben rond 1971 (Havelte!) even in de illusie verkeerd dat er in Nederland één zuivel­onderneming zou ontstaan. Ik ben blij dat dat niet is doorgegaan, het zou een te grote verambtelijking hebben gegeven. Met de enkele grote zuivelblok­ken die nu zijn ontstaan, is de zuivel­concentratie wat mij betreft ver genoeg gegaan, mits er voldoende overleg plaatsvindt. Enige gezonde rivaliteit moet er blijven". Landelijk acht onze scheidende voorzitter de zuivelkaart dus wel ongeveer uitgetekend, maar in de provincies Gelderland/Overijssel? „Samen kan men meer dan alleen. Niet­temin valt nog een kleine 30 % van de melk hier buiten Coberco. Wij zullen echter nooit druk uitoefenen bij zelf­standige fabrieken om bij ons te komen. Dat moet uit vrije wil en eigen over­tuiging gebeuren. Het zou een verkeerd zaak zijn als wij zouden gaan werven, op welke wijze dan ook".


Eigenschappen voorzitter

Welke eigenschappen moet een voor­zitter hebben? Prangsma spreekt uit rijke ervaring: „Bij een organisatie als Coberco, waar je met zoveel organen, groepen en individuele mensen te maken hebt, is het van belang dat de voorzitter een bindend element is. Hij moet trachten de harmonie in dat gecompliceerde geheel te handhaven.

   Naar pagina’s Coberco   

   Naar MAP  Coberco