#04/2020-08-19

voorgaande

terug naar lijst personen versie-7.0

Zuivelhistorienederland.nl

Bron: Glimmer-lei 2e jaarg. nr. 1 januari 1984                                       door Marijke Christians­ Zeilstra.


De heer E. Mellens, Oud-Direkteur van de melkfabriek in Glimmen

 

Het verhaal van de heer E. Mellens over zijn carrière op de Glimmer Melkfabriek lijkt op een Amerikaanse successtory. Begonnen als 13-jarige jongen in de fabriek is hij opgeklommen tot directeur. Met de fabriek zelf ging het niet zo voor-spoedig; de melkfabriek ‘De Toe-komst’ is nu verleden tijd. Zoals zovelen kleine fabriekjes is deze opge­gaan in de grootschaligheid.


De Vooroorlogse jaren

De heer Mellens werd op 1 april 1907 in Zuidlaren ge­boren en woonde vanaf 1908 tot zijn huwelijk in 1936 in Midlaren. Na het zevende leerjaar op de lagere school te hebben doorlopen, is hij op 5 april 1920 als 13-jarige jongen begonnen in de melk­fabriek `De Toekomst' in Glimmen. De fabriek werkte voor boeren uit Glimmen, Westerveen, Noordlaren, Yde en De Punt, in totaal 180 leveranciers.


Hij begon om 7 uur 's ochtends de binnenkomen­de melk te wegen. De melk werd ontroomd, gekoeld en er werd boter van gemaakt. De fabriek maakte geen andere produkten. 's Middags deed hij kan-toorwerk. Van iedere leverancier werd bijgehouden hoeveel kilo melk geleverd werd en het vetgehalte werd genoteerd.

Eens per 14 dagen werd uitgere-kend hoeveel iedere boer kreeg voor de afge­leverde melk, op basis van het vetgehalte. In die tijd waren er nog geen telmachines en hij rekende alles uit het hoofd uit. Toen de telmachines kwamen, bleek hij het sneller te kunnen.


De jonge Mellens werkte elke dag van 7 uur 's morgens tot 6 uur, half zeven 's avonds; alleen de zondagmiddag na 1 uur was vrij. Geen vrije dagen, geen vakanties.

Hij verdiende f 5,00 per week, wat na twee jaar was opgelopen tot 7,00 per week.

Er werkten toen 1 directeur, 3 mannen en 1 jongen op de fabriek


Op kantoor

Na twee jaar had de 15jarige Mellens er genoeg van en heeft hij zelf zijn baan opge­zegd. Zijn vader was het hier niet mee eens en wilde hem niet de hele dag thuis hebben: er moest gewerkt worden en die ging toen naar de directeur. Ze spraken toen af dat hij alleen op kantoor kon komen, maar zijn loon moest dan achteruit van f 7,00 naar f 5,00.


De jonge Mellens heeft toen drie jaar kantoor­werk gedaan in een hokje van 3 bij 4 meter, waar een hoge tafel stond met een stoel. Om bij de tafel te kunnen schrijven had hij wel een kistje nodig bovenop de stoel. Na twee jaar had hij weer zijn oude salaris. Als iemand in de fabriek ziek was, moest hij in­vallen. Zo heeft hij alle werk­zaamheden in de fabriek geleerd.

E. Mellens

 kookte daar karnemelksepap in. Met een lange stok met een plankje eraan roerde zij de gort door de karnemelk om pap te maken.


Er kwamen twee melkventers, de gebroeders Talens, die losse melk, karne­melk, room en slag-room verkochten.

          

Er kwamen nieuwe karnen en een nieuwe boter-makerij. Een nieuw kantoor werd boven op het oude kantoor gebouwd. Er werden hele grote karnen, waarin 5 000 liter melk verwerkt kon worden, aangeschaft. De nieuwe karnen hadden kijk­glaasjes, dan kon je zien wanneer de boter klaar was. Onder de karn zat een kraan met een pompje en daarmee werd de karnemelk in bakken gepompt.


Er werd yoghurt, vla en bijproducten gemaakt. Naast de twee melkventers in Glimmen, kwamen er ook zeven melkventers in Haren.


De nieuwe directeur

De heer Twijnstra vertrok naar de zuivelfabriek in Farmsum en de heer Kromhout werd de nieuwe man. Ook kwam er een nieuwe assistent. De nieuwe directeur had prima financiële resultaten. Bij de eerste controle in juni 1951 op de omzetbelasting bleek dit hoge saldo verdiend te zijn met een dub-bele boekhouding van de 4 procent omzetbelas­ting.


De nieuwe directeur werd op staande voet ontsla­gen. De assistent werd benoemd tot assistentbe-drijfsleider en de oud-directeur werd benoemd tot superdirecteur en kwam twee keer per week alles nazien. De nieuwe bedrijfsleider bleek ook niet zo goed te vol­doen, want hij kon niet rekenen; wel goed praten overigens. Ook waren de weekstaten regelmatig niet klaar.


Op een vrijdagmiddag tijdens de uitbetalingen belde de voorzitter, de heer Hogen­esch, op en vroeg wanneer de heer Mellens even langs kon komen. Het voltallige bestuur en de heer Twijnstra bleken in vergadering bijeen te zijn.

De jaren dertig

In 1926 ging de botermaker weg. De jonge Mellens ver­diende onderhand f 7,50 per week en wilde graag boter­maker worden. Direkteur Koops had er wel oren naar, dan kon zijn dochter op kantoor komen. Hij moest toen voor het bestuur komen en die vond dat hij maar moest beginnen met f 14,00 in de week; als hij goed zou bevallen, dan zou hij opslag krijgen. In de jaren dertig werkten er vier mensen op de fabriek. Toen moest tien procent salaris ingeleverd worden. Het loon zakte van f 18,00 naar f 16,20 per week.


De voorzitter, de heer Hogen­esch, riep een alge-mene ledenvergadering bijeen en met algemene stemmen besloot de vergadering de tien procent er weer bij te doen.


De ontwikkeling van de fabriek.

De fabriek is gesticht om­streeks 1900 en was een N.V, met aandelen. In Yde was een coöperatieve zuivelfabriek met 50 leden. In 1914 zijn ze samen-gegaan.


De melk werd verwerkt in de fabriek te Glimmen. In 1938 hield de 80-jarige direkteur Koops er mee op en werd de heer Twijnstra direkteur. Er werd een dubbelwandige koperen pan aangeschaft en de vrouw van de direkteur

De nieuwe bedrijfs­leider bleek geen diploma van de N.C.Z. (moet F.N.Z. zijn) te hebben, maar had een vervalste cijferlijst gemaakt. De heer Mellens werd gevraagd om bedrijfs­leider te worden.

Hij wilde dit wel proberen. De assistentbedrijfs-leider werd op staande voet ontslagen en de sleutels werden aan de heer Mellens overgedragen.


Direkteur Mellens

Ieder jaar werd het saldo van de fabriek verdeeld over de leveranciers. Toen er ineens f 51.000 boete van de omzet­belasting betaald moest wor­den, viel er geen saldo meer te verdelen en de leveranciers die geen lid van de vereniging waren, trokken zich terug omdat de nabetaling er niet kon komen. Er waren wel 50 of 60 nieuwe leden, maar die hadden niet getekend.


Toen de heer Mellens directeur werd, was een van zijn eerste taken in de avonduren bij de boeren langs te gaan om hen te laten tekenen. Wie lid werd kreeg 10 cent op 100 kilo melk meer. Dit bedrag werd jaarlijks uitbetaald. In één jaar zijn er 60 nieuwe leden bijgekomen.


Op 5 april 1960 werd het 40­-jarig jubileum van de heer Mellens groots gevierd in Café Vellinga. In totaal kwamen 200 leden en leveranciers op de feestavond. 's Middags werd hij geridderd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau in Zilver. Ook kreeg hij de zilveren medaille van de Neder-landse Zuivelbond.


De opheffing van de fabriek

De eerste tijd ging het prima. Er werkten nu 18 man in de fabriek. Maar de lonen wer­den alsmaar hoger, de melk­prijzen trouwens ook, terwijl er geen extra melk verwerkt werd. Dit hing samen met het feit, dat de boeren bij de concurrentie 3 cent meer voor hun melk kregen. In 1966 werd alles overgedaan aan de Domo. De productie van boter en kaas werd stopgezet en de fabriek werd gebruikt als melkont-vangststation. Na een jaar werd ook dit stop­gezet.

De heer Mellens bleef directeur van de vereniging tot 1972. Daarna werd hij door de Domo gevraagd de appara­tuur en capaciteit van stil­staande bedrijven te inventari­seren.


Van de 90 zuivelfabrie­ken in Groningen en Drenthe zijn in totaal 8 overgebleven.


Alleen de fabriek in Marum werkt nog voor boeren die de melk in bussen verzamelen. Bij zijn afscheid hebben de Domo en de Nederlandse Zuivelbond een etentje in Norg georganiseerd. Hij kreeg toen de gouden Domo-speld met een briljantje.



Toevoeging

Melkaanbod:

1909  0.949 mln. KG. melk

1924  1.724 mln. KG. melk

1950  4.264 mln. KG. melk

1961  3.623 mln. KG  melk b, k. en cm.

1962  3.591 mln. KG  melk b, en k.

1964  3.150  mln. KG melk ---------  Melkveehoudersver.

1965  2.934  mln. KG melk ---------  Melkveehoudersver.

1966  2.932  mln. KG melk ---------- Melkveehoudersver.


E. Mellens - Oud Directeur CZ. Glimmen kijkt terug - 1984

E. Mellens

Glimmen (Gr.)  zuivelfabriek in 1948



   Geen frame - ga naar - www.zuivelhistorienederland.nl