#Ov/2020-08-04

versie-7.0

voorgaande

voorgaande

Bron:  http://www.agrarischerfgoedalmelo.nl/index.........bedrijven&Itemid=11


Almelose Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek ACO

In 1911 werd de Coöperatieve Melkinrichting en Zuivelfabriek ACO opgericht. Deze melkfabriek had tot taak om de melk, die door de leden-veehouders werd aangevoerd, als consumptiemelk en de van de melk geproduceerde producten aan de burgers te verkopen.



Omstreeks 1973 werd er door verschillende Twentse zuivelcoöperaties Ormet opgericht:

( Organisatie Melkhandel Twente ), inclusief de ACO . In 1976 werd de Ormet een primaire coöperatie en in dat jaar werd er ook een poedertoren gebouwd. In 1991 sloot de Ormet zich aan bij Coberco. In 1997 kwam de fusie tussen Coberco, Friesland Frico en Domo tot stand. In 2000 werden de merken Coberco en Domo vervangen door Friese Vlag. In 2008 kwam de fusie met Friesland Foods en Campina tot stand. Landelijk waren de zuivelcoöperaties georganiseerd in de FNZ (de Nederlandse Zuivelbond). De ACO was regionaal aangesloten bij de GOZ (de Gelderland/Overijsselse Zuivelbond).

Tot slot kunnen we niet anders dan grote bewondering hebben voor die pioniers, die door taaie vasthoudendheid, de Twentse boer eigen, dit tot stand gebracht hebben, tot grotere welvaart voor boer en tuinder en verheffing van het platteland!

Jan Hammink

Wierden.


Disclaimer

Copyright © 2011 Stichting Agrarisch Erfgoed Almelo. Alle rechten voorbehouden.



Op Woensdagavond 25 januari 1911 om 7 uur werd de eerste Algemene Ledenvergadering gehouden van de Coöp.Melkinrichting en Zuivelfabriek ACO.

Aanwezig: 69 leden, 1e Voorzitter: N.T. Snel, 1e Secretaris: G. Bolk, 1e Penningm: J. Slaghuis. Tot eerste directeur werd benoemd de hr. J. Rijpkema.

In de statuten werd o.a. opgenomen, dat alleen melk van leden in de fabriek verwerkt mocht worden, en niet van losse leveranciers.



Op 1 juni 1911 werd de in werking zijnde melkfabriek van de HR.Heuff gekocht voor een bedrag van fl.10.000.-. In de zomer van 1911 waren er 118 leden met 550 melkkoeien. Dagelijks was er een aanvoer van ongeveer 6000 kg melk voor een prijs van f.5.20 per 100 kg melk per 3 % vet. Er werd 70% ondermelk van de aangevoerde melk terug geleverd voor 1,5 ct. per kg. Er waren toen 5 melkventers. De melkfabriek moest direct veel groter en verbeterd worden met nieuwe machines. De kosten waren toen aangegroeid tot fl.40.000,--. In januari 1914 waren er 204 leden en 8 melkventers. In 1916 waren er 334 leden met 1276 koeien. In de beginperiode ging de groei van de ACO moeizaam. In april 1920 werd er bij de Boerenleenbank een kredietaanvraag ingediend van fl.25.000.-. Het vervoer van de aangevoerde melk gebeurde toen met paard en wagen in melkbussen. In 1922 werd daarvoor een paardenstal en een werkplaats voor karren gebouwd.



Voor een nieuwe stoommachine lieten alle leden 1 keer hun melkgeld (14 dagen) staan. In 1924 was er een aanvoer van 7,5 miljoen kg. melk. 2 jaar later was dit al aangegroeid tot ruim 9 miljoen kg : toen ging de groei snel !! 20 venters brachten toen (1926) de verwerkte melk bij de klanten in de stad.



In 1927 werd de melkfabriek geheel nieuw gebouwd en gemoderniseerd: kosten fl.100.000.- Men was toen in staat diverse producten van melk te maken. Dat was van diverse soorten pap (karnemelkse- tot rijstepap) tot chocoladevla en vanillevla en havermout en yoghurt. Later kwam daar nog de productie van roomijs bij, die op verschillende plaatsen in de stad vanuit een ijscokarretje door ACO-Jantje werd verkocht. De heerlijke smaak van het ACO-ijs was wijd en zijd bekend en ACO-Jantje was een begrip. Het melkgeld voor de veehouders werd op woensdag om de andere week door de melkrijder in een gele enveloppe meegebracht.

Op 20 en 21 maart 1936 werd het 25-jarig bestaan van de ACO groots gevierd. Met een grote revue in het Groenendal.



Toen net voor de oorlog van 1940/’45 het girale geldverkeer op gang kwam, ging men ook bij de ACO er toe over, om het melkgeld via de Boerenleenbank uit te betalen. Maar dat ging niet zonder slag of stoot, want menig veehouder wilde het cash uitbetaald hebben. In 1940 was de aanvoer 11 miljoen kg., waarvan 3,3 miljoen aan klanten in de stad werd verkocht. Zo langzamerhand was de ACO van grote economische betekenis geworden, zowel voor boer als burger. In 1943 was de aanvoer van boerenmelk gedaald naar 4,3 miljoen kg (de oorlog 1940/’45) In 1960 was de aanvoer gestegen tot 17 miljoen kg melk, waarvan de producten door 58 venters en 6 slijters aan de klanten werd verkocht. In 1960 werd de eerste tankauto aangeschaft, om de melk ook van boeren op te halen, die een ligboxenstal hadden gebouwd, en nu de melk in een tank verzamelden. Vanaf dat moment ging de aanvoer van de melk geleidelijk over van bussenmelk naar tankmelk. In 1964 was de aanvoer tot 18 miljoen kg. melk gestegen en de verkoop van consumptiemelk en melkproducten was tot 14 miljoen kg. gestegen.

Op de Algemene leden vergadering van de ACO op 30 maart 1953 is G.Bolk na een voorzitterschap van 40 jaar afgetreden.




Er is toen een eikenboom geplant op zijn erf, als toonbeeld van kracht en duurzaamheid van onze Zuivelcoöperatie !! Vele jaren heeft de hr. J.Martens (van 1930 tot aan zijn pensionering in 1968) als directeur, leiding gegeven aan de ACO, en kwam de melkfabriek tot grote bloei. Er werd een melkprijs uitbetaald, die hoger was dan die van omliggende melkfabrieken. In 1968 is er een nieuwe melkfabriek gebouwd aan de Plesmanweg 3.



Almelo Almelosche Coöp Melkinrichting 1911-1991 #

Zie ook http://www.archiefalmelo.nl/.......melkfabriek.pdf

Geen venster - hier ophalen - www.zuivelhistorienederland.nl

voorgaande pagina voorgaande pagina

Almelo - 2/2