Na 1900
Ondanks de duidelijke concurrentie van de stoomzuivelfabriek werden er ook na 1900 nog handkrachtfabriekjes opgericht. Dat vereiste immers slechts een minimum aan kapitaal, f 1500 à f 2000. Dit betrof het Limburgse systeem, de Drentse fabriekjes hebben in het algemeen wel iets meer gekost.
Een van de redenen van het in stand blijven van handkrachtfabriekjes was het feit dat men de melk destijds moeilijk over wat grotere afstand kon vervoeren.
In Drenthe waren verreweg de meeste wegen nog onverhard, ze konden in regenachtige perioden nauwelijks door wagens met volle melkbussen worden gebruikt.
In Drenthe was in het begin van deze eeuw de concurrentiekracht van de handkrachtfabriekjes soms nog zo sterk, dat ze melk aan de stoomfabrieken onttrokken. Dit ondanks het feit dat er in Drenthe eerder een zuivelfabriek met stoom dan met handkracht was. De eerste sroomfabriek was Roden, in 1889.
In 1897 kende Drente 50 coöperatieve boterfabrieken, waarvan 40 met handkracht werkten. Sommige hadden te kampen met “verregaande vuilheid”, waartegen consulent Van Weydom Claterbos krachtig optrad. Fusie van een aantal handkrachtfabrieken was één van de door hem aanbevolen remedies, alsmede de oprichting van het Botercontrolestation Assen in 1903.
Dat ook in vroegere dagen het onderwerp milieu niet onbekend was, blijkt uit de vergunning die de burgemeester van Sleen (Dr.) in 1900 afgaf, bij de oprichting van een handkrachtfabriekje: “De verzoekers of hun rechtverkrijgenden zijn verplicht op het terrein een gemetselde zinkput te maken en deze af te dekken met een luik”.
In 1905 waren bij de Drentse zuivelbond 41 fabrieken aangesloten, welke tezamen 46 miljoen kg melk verwerkten. Overigens was een grote verscheidenheid in bedrijfsgrootte, sommige haalden niet eens de 200 000 kg melk per jaar.
Als typering voor de beginnende Drentse zuivelindustrie volgen nu enkele bedrijfjes.
De opkomst van fabriekjes in Drenthe is vertraagd door een hardnekkige weerstand van de boerenvrouwen. De Wageningse hoogleraar C.H. Edelman hierover: “De Drentse boerinnen konden het niet geloven, dat heren die niet in het landbouwbedrijf waren opgevoed, de botermakerij beter zouden kennen dan zij. Zij waren wantrouwend, in zover dat zij de voorgangers inzake deze verbetering in het landbouwbedrijf beschouwden als menschen die bij de voorgestelde nieuwe werkwijze hun eigen beurs zouden vullen.” Dit veranderde pas na het succes van de eerste fabriek in Erm, in 1893. In hoofdstuk 10 meer over Erm.
In Borger werd een tweede handkrachtfabriek opgericht, al was het geld voor de kosten hiervoor moeilijk te vinden. Bij de betaling van 2,5 cent per liter, waarbij men ontroomde melk terugontving, won echter de overtuiging veld dat de melk, mits goed bewerkt, meer waarde had dan tot dien gebleken.
Pas nadat de handkrachtfabriekjes hun waarde getoond hadden, kwam het tot stoomzuivelfabrieken, zoals die in Ruinerwold in 1903.
Benodigd kapitaal f 16000, verkregen door de uitgifte van obligaties van f 50 en f 100. De directeur van dit coöperatieve bedrijf verdiende f 600 per jaar, waarvoor hij in het eerste jaar 1,4 miljoen kg melk moest ontvangen.
De enige plek in Nederland waar men nog een handkrachtfabriekje in werking kan zien, is in het Drentse Orvelte. Uiteraard is het daar een toeristisch bedrijfje geworden.
In Drente hadden de boeren in de stichting van de eerste fabriekjes maar weinig aandeel, ze werden gesticht door particulieren of door notabelen uit het dorp. De aanleiding voor de oprichting van een zuivelcoöperatie in De Wijk in 1888 was een speech van J. Rinkes Borger, directeur van de zuivelfabriek te Leiden, op een vergadering van het DLG (Drents Landbouw Genootschap).
Uiteindelijk kwam die fabriek in Hoogersmilde terecht, waarbij de Meppelse koopman J. Blom de grote initiatiefnemer was. Hij werd ook de eerste voorzitter.
De aanleiding tot de oprichting van fabriekjes in Drenthe wordt als volgt gedefinieerd:
|
1.
|
De slechte en ongelijke kwaliteit van de boerenboter.
|
|
2.
|
Mede daardoor de afhankelijkheid van de handel.
|
|
3.
|
De ruilhandel, welke daarvan het gevolg was.
|
Ook in Drente heeft het zendingswerk van J.J. van Weydom Claterbos, zuivelleraar van de Geldersche Overijsselsche Maatschappij van Landbouw, rijke vrucht afgeworpen. Hij hield veel inleidingen en organiseerde cursussen.
Erm
Bij de oprichting van fabriekjes in Drenthe keek men minder naar het naburige Friesland (te grote bedrijven) dan naar het verre Limburg.
Met klaroengeschal werd in de Drentsche Courant van 26 februari 1894 kennisgegeven dat in Erm een zuivelbedrijf gebouwd zal worden volgens het “Limburgse systeem”. In feite is dat de oude benaming voor een handkrachtfabriekje, volgens een aandoenlijk eenvoudig ontwerp (zie tekening Zuidbarge).
Voor de investering waren in totaal slechts enkele duizenden guldens nodig. In Erm werd het kapitaal bijeengekregen door het plaatsen van aandelen van f 10 per stuk, eventueel in onderdelen daarvan! Voordat Erm begon te draaien, was er de toezegging van de leden met in totaal 160 koeien.
De inrichting bestond voornamelijk uit twee centrifuges. Alles bij elkaar kennelijk toch een dusdanige financiële verplichting, dat het nieuwe bestuur de volgende oproep deed: “Het is te hopen dat enkele landbouwers, die zich nog niet hebben aangesloten spoedig besluiten hunne melk ook te leveren. Algemeene deelneming toch is zeer wenschelijk, want juist in vereeniging ligt kracht”. Het plaatselijk dagblad meldt verder trots dat technische adviezen zijn verkregen van een boterfabriek te Deurne (hij Helmond).
|
|
Enkele jaartallen voor provincie Drenthe m.b.t. de zuivelindustrie
|
|
1879
|
De Lavalseparator, de eerste centifuge met onafgebroken melkontroming komt op de
markt
|
|
1886
|
De eerste coöperatieve zuivelfabriek in Nederland te Warga (Fr.) opgericht.
|
|
1888
|
Oprichting van de eerste Stoomzuivelfabriek in Drenthe te Rogat - Gem. De Wijk
|
|
1889
|
Van 1889-1897 had de G.O.M.v.L. een ambulante vak-zuivelschool, die ook in Drenthe
actief was d.m.v. lessen/lezingen gegegeven door J.J. van Weydom Claterbos
|
|
1894
|
Eerste handkracht boterfabriek “Limburgsch systeem” in Erm (Gem. sleen)
|
|
1897
|
Oprichting van de Drentshe Zuivelbond - de vierde in ons land
|
|
1900
|
Aanstelling van een zuivelconsulent
|
|
1904
|
Oprichting van botercontrolestation. Boter met Rijkskeurmerk komt in de handel
|
|
1923
|
Faillissement van “Stad en Lande” en ontstaan van nieuwe zuivelcoöperatie “De Ommelanden”
|
|
1938
|
I.v.m.. grote overschotten ondermelk, oprichting van Drentse Ondermelk Organisatie
D.O.M.O.
|
|
1948
|
In Drenthe besluit tot eigen productiebedrijf in Beilen “DOMO”, 40 zuivelfabrieken
in Drenthe werden lid - 14 niet.
|
|
1952
|
DOMO koopt melkinrichting “De Eendracht” - Boterdiep 51 - van de Slijters-Coöp. in
de Stad Groningen en begint in “De Stad” een eigen melkinrichting.
|
|
1955
|
Aankoop door DOMO van 3 Lijempfbedrijven: Twee in Groningen - Eendrachtskade en v.
Julsinghastraat - één in Sappemeer.
|
|
1956
|
Samen met CCF. (Friesland) meent DOMO “De Ommelanden” te Groningen over.
|
|
1960
|
DOMO neemt zuivelfabriek Farmsum - vlak bij Delfzijl - over.
|
|
1962
|
Fusie Dalen. Exloo, Noordbarge en Coevorden, nw. naam “Cominzo” / ‘77 Dalen melkontv.st.
|
|
1961
|
Kolderveen fusie met Nijeveen - deze sluit - tot “Nijeveen-Kolderveen”. / In 1966
fusie met Wanneperveen (Fr.), - ook deze sluit - Nw. naam “De Venen”
|
|
1962
|
27 Dec. 1962 zelfde melkprijs in gehele DOMO gebied.
|
|
1963
|
Per 1 jan. fusie van Drentse en Groninger zuivelbonden tot Drents-Groninger Zuivelbond
- vestigingsplaats Assen
|
|
1964
|
Fusie tussen DOMO-Beilen en CZ. Bedum (Gr.) tot DOMO-Bedum met bij start fabrieken
in Gr. te Bedum, Farmsum, Groningen, Holwierde en Sappemeer
|
|
1965
|
Uitkomen 5 febr. “Zuivelplan Drenthe’, o.a. volledige fusie van Dr.Gr.-Zuivelbond
en DOMO-Bedum , en zaken als één netto melkprijs voor werkgebied
|
|
1966
|
6 nov. - fusie Diever en Wapse, Werd daarna “Diever-Wapse”
|
|
1968
|
Mei Fusie Anloo, Rolde en Grollo. “De Samenwerking” stapt uit de DOMO en gaat melk
leveren aan de ZOH. (Fr.)
|
|
1968
|
Uitvoering ‘Zuivelplan Drenthe”, zuivelfabrieken hebben tot 31 mei de tijd om zich
aan te melden als C lid bij de DOMO G.A. Acmesa en DOC doen ook mee!
|
|
1968
|
17 okt. Nw Domo-Bedum onder Gemeenschappelijke exploitatie - G.A. 34 fabrieken in
Drenthe werden eigendom van Domo en C lid - Acmesa.Assen geen lid.
|
|
1968
|
11 dec. Uittreden van Winschoten uit Dr.-Gr. Zuivelbond
|
|
1970
|
14 dec Integratie Drents-Gronger Zuivelbond met DOMO-Bedum. Overname 5 lijempf-bedrijven
|
|
1970
|
zg. Havelte-conferentie. besprekingen tussen Coberco, NCZ, Noordholland, Domo en
CMC.
|
|
1970
|
14 dec Integratie Drents-Groniger Zuivelbond met DOMO-Bedum. Dat jaar laatste verslag
Drents-Groninger Zuivelbond. DOMO neemt 5 Lijempf-bedrijven over.
|
|
1977
|
Per 1 jan. 1978 geen bussen meer. Sluiting van 7 fabrieken. Daarna had Domo nog 10
productiebedrijven - drie in Prov. Gr. Marum, Groningen en Bedum.
|
|
1978
|
13 sept Persbericht over gesprekken samenwerking FricoDomo - veel bezwaar in commentaar
Fries Dagblad
|
|
1980
|
Fusie Domo-Bedum G.A. met Frico tot Noord-Nederland (NN.)
|
|
1982
|
19 dec. Oprichtingsdatum “Noord-Nederland”
|
|
1988
|
Diverse leden van nog draaiende zuivelfabrieken ( C-leden) en melkveehoudersverenigingen,
werden rechtstreeks lid van DOMO-Bedum - zg. A. Leden
|
|
1988
|
1 Mrt “zuivelgigant” in noorden een feit “Noord-Nederland”. Nieuw hieraan is dat
alle 18 fabrieken worden aangestuurd door “Noord-Nederland”
|
|
1990
|
Ontstond Friesland Dairy Foods uit een fusie tussen Noord-Nederland en ccFriesland
|
|
1994
|
4 mrt. Acmesa gaat fuseren met ZOH. Oosterwolde. In 1997 trad Staphorst ook toe tot
ZOH.
|
|
1997
|
Fusie Friesland Dairy Foods (Friesland-Domo-CCF ) met Coberco en de “vrije fabrieken”,
tot “Friesland-Coberco Dairy Food” (F.C.D.F.)
|
|
2004
|
F.C.D.F. verander in Friesland Foods (F.F.)
|
|
2005
|
Friesland Foods wordt koninklijk - Royal-Friesland Foods - (R-F.F.)
|
|
2008
|
Fusie Campina met R-F.F. tot (Royal) Frieslands-Campina
|
|
|
|