Bron: OO 1931 nr 51
Promotie Dr. Ir. V. R. IJ. Croesen.
Aan de Landbouw-hoogeschool te Wageningen promoveerde op 18 december 1931 tot doctor in de Landbouwkunde de heer Ir. V. R. IJ. Croesen te 's-Gravenhage.
De promotie geschiedde op stellingen en een proefschrift, getiteld: „De geschiedenis van de ontwikkeling van de Nederlandsche Zuivelbereiding in het laatst van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw".
Na een korte inleiding geeft de heer Croesen in zijn proefschrift een beknopte beschrijving van de landbouwtoestanden in Nederland in het laatst van de vorige en het begin van deze eeuw. Daarna volgt in het tweede en derde hoofdstuk een overzicht van de veehouderij en zuivelbereiding in „het aloude zuivelgebied" en de rest van Nederland in het laatst der negentiende en het begin der twintigste eeuw. Het vierde hoofdstuk behandelt de beoordeling van de Nederlandsche zuivelproducten over eenige eeuwen, waarbij een overzicht wordt gegeven van de toestanden hier te lande op het gebied van de zuivelbereidingen voornamelijk van den zuivelhandel in het laatst der negentiende eeuw.
Na in hoofdstuk vijf een beschouwing te hebben gewijd aan de algemene economische ontwikkeling, voornamelijk in West-Europa, wordt in hoofdstuk zes een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de veehouderij en zuivelbereiding in de meest belangrijke zuiveluitvoerende landen.
Na in hoofdstuk vijf een beschouwing te hebben gewijd aan de algemene economische ontwikkeling, voornamelijk in West-Europa, wordt in hoofdstuk zes een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de
maatregelen van verweer, welke hier te lande zijn getroffen met betrekking tot de hoedanigheid van onze producten, het tegengaan van vervalsingen en de concurrentie van elders, alsmede de ontwikkeling van onze zuivelindustrie tot omstreeks het jaar 1914, worden uitvoerig besproken in hoofdstuk zeven, terwijl tenslotte hoofdstuk acht de verdere ontwikkeling en huidige positie van ons zuivelbedrijf behandelt. Het proefschrift wordt besloten met een serie tabellen.
Wij wensen den nieuwe doctor in de landbouwkunde van harte geluk met deze promotie, die te meer eerbied afdwingt, wanneer men weet onder welke omstandigheden dit omvangrijke werk verricht moest worden.
Het proefschrift is een grote aanwinst in onze geschied kundige zuivel- literatuur, waarop wij nog nader hopen terug te komen.